Als je glasvezel van Delta heb en je word naar het nieuwe type overzet of bent een nieuwe klant dan krijg je een glasmodem ( OMT )
Meestal zit je niet te wachten op een Sagemcom router die beperkt is in mogelijkheden, en kwaliteit wifi dan is een eigen router die beter presteert beter.
Hier een eenvoudige manier hoe je met een managend switch de vlan tag kwijt kan raken en zo iedere eigen router gebruiken zonder een provider router

Hier de PDF handleiding DELTA_VLAN100_eigen_router
DELTA XGS-PON rechtstreeks op eigen router
VLAN 100 met een managed switch als VLAN-demarcatie
Nokia ONT → 802.1Q VLAN 100 → managed switch → untagged WAN → eigen router
Doel
Dit document beschrijft een generieke Layer-2-opzet waarbij een providerzijde een 802.1Q VLAN-tag aanbiedt en
een managed switch die VLAN-tag op de routerpoort verwijdert. De router hoeft daardoor zelf geen provider-VLAN
op zijn WAN-interface te ondersteunen. De GS108T is hier een voorbeeld; dezelfde architectuur kan met andere
managed switches worden gebouwd.
1. Topologie
DELTA XGS-PON
■
▼
■■■■■■■■■■■■■■■■
■ Nokia ONT ■
■ bridge ■
■■■■■■■■■■■■■■■■
■ Ethernet
■ VLAN 100 TAGGED
▼
■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■
■ Managed switch ■
■ ■
■ g1 = VLAN 100 T ■
■ g4 = VLAN 100 U ■
■ g5 = management ■
■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■
■ Ethernet
■ VLAN 100 UNTAGGED
▼
■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■
■ Eigen router ■
■ WAN ■
■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■■
■ routing / NAT / firewall
▼
Eigen LAN
bijv. 10.0.0.0/24
2. Wat gebeurt er met VLAN 100?
Aan de ONT-zijde komt het Ethernetverkeer binnen met een IEEE 802.1Q-tag met VLAN-ID 100. De uplinkpoort van
de managed switch is daarom tagged voor VLAN 100. Op de poort richting de eigen router wordt VLAN 100 als
untagged aangeboden. De router ziet daar vervolgens normaal Ethernet en hoeft VLAN 100 niet zelf te kennen.
3. Voorbeeldconfiguratie managed switch
Poort VLAN 100 PVID Functie
g1 Tagged (T) 1* uplink naar ONT
g4 Untagged (U) 100 WAN naar eigen router
g5 — / management 1* beheer switch
* PVID 1 is only an example for the management/default VLAN. De exacte managementconfiguratie kan per installatie verschillen.
4. VLAN Membership
VLAN ID: 100
VLAN name: vlan100
VLAN type: IEEE 802.1Q
VLAN 100
g1 T
g2 –
g3 –
g4 U
g5 –
g6 –
g7 –
g8 –
T = Tagged
U = Untagged
– = geen lid
5. PVID
g1 → PVID 1
g2 → PVID 1
g3 → PVID 1
g4 → PVID 100
g5 → PVID 1
g6 → PVID 1
g7 → PVID 1
g8 → PVID 1
De PVID bepaalt aan welk VLAN binnenkomend, ongemarkeerd verkeer op een poort wordt toegewezen. Omdat de
router op g4 geen VLAN-tag meestuurt, wordt dat verkeer door PVID 100 aan VLAN 100 gekoppeld.
6. Tagged versus untagged
Tagged: de 802.1Q VLAN-informatie blijft in het Ethernet-frame aanwezig. Dit is de situatie tussen de ONT en de
uplink van de managed switch.
Untagged: de VLAN-tag wordt niet naar het eindapparaat doorgestuurd. De router krijgt op zijn WAN-poort dus een
normaal Ethernet-frame.
De switch vervult hiermee een Layer-2-demarcatie-functie: provider-specifieke VLAN-informatie wordt aan de
switchzijde verwerkt, terwijl de router een normaal WAN krijgt.
7. Wat doet de router?
De routerconfiguratie is niet universeel. Dat is juist een belangrijk onderdeel van deze aanpak.
Routertype WAN-configuratie
Router ondersteunt WAN-VLAN VLAN 100 kan rechtstreeks op de WAN-interface worden geconfigureerd; de switch-demarcatie is dRouter ondersteunt geen WAN-VLAN Gebruik de managed switch om VLAN 100 tagged binnen te halen en untagged aan de WAN-poort 8. WAN en LAN zijn verschillende lagen
VLAN 100 is de providerzijde van deze configuratie. Het eigen LAN wordt daarna volledig door de router bepaald.
Een voorbeeld is:
Providerzijde:
VLAN 100
■
▼
Router WAN
■
routing / NAT
■
▼
Eigen LAN:
10.0.0.0/24
router: 10.0.0.1
DHCP: bijvoorbeeld 10.0.0.100 – 10.0.0.254
9. Waarom een managed switch?
Een unmanaged switch kan VLAN 100 niet doelgericht termineren. Een managed 802.1Q-switch kan wel bepalen
welke poorten tagged of untagged lid zijn van een VLAN en welke PVID bij untagged ingress wordt gebruikt.
Daardoor kan de VLAN-tag op een gecontroleerd punt worden verwijderd.
10. Router-onafhankelijk ontwerp
Het ontwerp is bewust niet gekoppeld aan één specifiek routermerk. Een RAXE300 is slechts een voorbeeld van
een router die een normaal Ethernet-WAN kan gebruiken. Ook andere routers/firewalls kunnen worden toegepast,
zolang de providervereisten, WAN-authenticatie en eventuele vrije-modemkeuze voor die aansluiting correct zijn
ingericht.
11. Belangrijke aandachtspunten
• Controleer eerst het exacte type provider-aansluiting en de vereiste VLAN-ID. In dit voorbeeld is dat VLAN 100.
• Controleer of de ONT als bridge/demarcatie voor jouw aansluiting wordt gebruikt.
• Zorg dat de managed switch aan providerzijde VLAN 100 tagged accepteert.
• Zorg dat de routerpoort VLAN 100 untagged krijgt als de router zelf geen WAN-VLAN ondersteunt.
• Zet de PVID van de untagged WAN-poort op 100.
• Houd management van de switch bij voorkeur gescheiden van het provider-WAN.
• Bewaar de originele providerapparatuur voor troubleshooting en ondersteuning.
• Internet, telefonie en andere diensten kunnen afzonderlijke eisen hebben; deze configuratie beschrijft alleen de
internetdatapad.
12. Samenvatting
De kern: provider levert VLAN 100 tagged → managed switch ontvangt VLAN 100 → switch maakt de routerpoort
untagged → eigen router krijgt een normaal Ethernet-WAN → router verzorgt routing/NAT/firewall en bouwt het
eigen LAN op.
Daarmee kan de provider-specifieke VLAN-afhandeling buiten de eigen router worden geplaatst. De managed
switch fungeert als een eenvoudige Layer-2 VLAN-demarcatie.
Opmerking: dit document beschrijft een technische voorbeeldopzet en geen algemene garantie dat iedere DELTA-aansluiting exact
dezelfde VLAN-, authenticatie- of vrije-modemkeuze-instellingen gebruikt.